Importislam = exportterrorisme?

Een onderzoek naar de buitenlandse islamitische invloed in Bosnië-Herzegovina tijdens en na de Balkanoorlog (1992-2006)

Tom Van Dijck

Sociale wetenschappenPoliticologieRechtenGeschiedenisGeesteswetenschappen

Inleiding.

De bronafbeelding bekijken
Islamisering in Bosnië. Bron: Fomoso-Islamisierung in Bosnien (1)

>>Vraagt men iemands mening over de aanwezigheid van buitenlandse troepen op het grondgebied van Bosnië-Herzegovina, dan krijgt men bijna steevast antwoorden die te maken hebben met het (gefaalde) beleid van de Europese Unie, de NAVO-aanwezigheid of de operaties van de VN-Blauwhelmen.

In deze verhandeling zullen wij het echter hebben over andere, minder bekende buitenlandse invloeden, namelijk deze uit de islamwereld. Tijdens de Balkancrisis werden de betrokken landen overspoeld door vzw’s en ngo’s die elk met de beste bedoelingen de noodlijdende bevolking wilden steunen met humanitaire hulp. Wij bewonderen dan ook de fantastische inspanningen die duizenden vrijwilligers hebben geleverd om levensnoodzakelijke steun bij de oorlogsslachtoffers te krijgen. Helaas waren er een aantal (religieus geïnspireerde) organisaties die werkten met een verborgen agenda. Dat een organisatie fier is op haar werk en bij de voedselpakketten informatie steekt over wie ze zijn en welke doelstellingen ze hebben, lijkt ons perfect aanvaardbaar.

Waar het echter mis liep, is wanneer humanitaire steun misbruikt werd als pasmunt voor religieuze indoctrinatie. De meeste van deze vzw’s die actief zijn op de Balkan zijn echter te klein om echt het grote verschil te maken. De Getuigen van Jehova of Amerikaanse christelijke sektes zullen inderdaad wel tijdelijk een lichte verhoging gekend hebben van hun ledenaantal onder de Bosnische bevolking, maar dat bleef een verwaarloosbaar aantal. Wanneer we het echter hebben over islamitische liefdadigheidsorganisaties, wordt dat al een heel ander verhaal. Die hebben geld. Veel geld. Uiteraard zijn er ook in de moslimwereld heel wat vzw’s die prachtig werk leveren en is het gelukkig maar een minderheid die geheime agenda’s heeft. Toch lijkt het alsof net deze laatste groep sterk vertegenwoordigd is op de Balkan. In deze verhandeling zullen we dan ook nagaan hoe en waarom zij in Bosnië-Herzegovina terecht kwamen en of het wel klopt dat zij andere bedoelingen hadden dan louter humanitair werk leveren. Wij vragen ons ook af of het een toeval is of niet dat er bij het uitbreken van de oorlog plotseling zoveel moslimstrijders, de zogenaamde moedjahedien, uit Afghanistan naar Bosnië-Herzegovina kwamen. Is het ook een toeval dat op het moment dat deze moedjahedien een slechte reputatie kregen, het aantal islamitische vzw’s substantieel steeg? Gaat het hier bovendien wel enkel om vzw’s en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s)? Of was er ook staatssteun en zo ja, van welke staten dan? En waarom? Wat hadden deze staten bij eventuele hulp te winnen?<<

>>Wat hebben de val van de Kaboel in maart 1992 en het begin van de Bosnische oorlog, 14 dagen later, met elkaar te maken? Op het eerste zicht niet veel. Maar om het met de woorden van sjeik Aziz te zeggen, een van de commandanten in Afghanistan en later Bosnië, het conflict in Bosnië kwam voor de Afghaanse moedjahedien als een godsgeschenk. “A new Jihad started in Bosnia and we are with it, if Allah wills”.i Aziz en de zijnen mochten in Afghanistan dan wel de overwinnaars zijn op het Sovjetimperium, lang kon het feest niet duren. Wat moesten de commandanten, de emirs, van de moedjahedienbrigades met hun volgelingen aanvangen nu er geen heilige zaak meer was om voor te sneuvelen? Naar huis konden deze strijders niet, want velen waren uit hun thuisland gevlucht voor gerechtelijke vervolging. Aziz vertrok dan maar met enkele medestanders op wereldreis en deed daarbij zo wat alle conflicten ter wereld aan. De Bosnische oorlog bleek nog het meest gelijkend op de Afghaanse. Waren de Serven ook geen Slaven die een zwakker moslimvolk verdrukten? Bovendien reden de Serven zelfs met exact dezelfde T-50 en T-72 tanks als het Rode Leger. In de zomer van 1992 begonnen de eerste Afghanistan-veteranen dan ook langzaam maar zeker Bosnië binnen te sijpelen. Eerst nog voorzichtig, vermomd als journalisten of studenten, maar al gauw heel zelfverzekerd en openlijk met veel machtsvertoon. ii Wijlen president Izetbegović, de toenmalige leider van de Bosnische moslims, was niet echt vragende partij voor deze buitenlandse inmenging, maar door de zwakke positie waarin zijn regering en zijn volk zich bevond, had hij niet veel keuze. Bovendien was Izetbegović zelf al jaren een pleitbezorger van het internationale panislamisme, dus op zich kwam de bijzondere aandacht die zijn land kreeg van Saoedi-Arabië, Koeweit, Pakistan, Turkije en Iran hem niet zo ongenegen<<.

Eindconclusie:


<<Onze zoektocht naar hoe de buitenlandse islamitische invloed in Bosnië-Herzegovina verlopen is, werd uiteindelijk een wereldwijde expeditie. Het begon allemaal in 1463 toen de Ottomanen de slecht gestructureerde Bosnische kerk en de dualistische Bogomilen bijna deden verdwijnen en van de islam in heel wat regio’s de belangrijkste godsdienst maakten.
Bijna, want tal van aspecten van de oude religies leefden verder in de Bosnische variant van de Ottomaanse islam. Van massaconversies of dwang was er nauwelijks sprake. Zoals wij aantoonden is het dan ook beter om te spreken van een aanvaarding van de islam dan wel een gedwongen islamisering. Het soefisme speelde in die aanvaarding een cruciale rol en zou dit gedurende de hele geschiedenis van de Bosnische moslims blijven doen. Bij het verdwijnen van het Ottomaanse rijk waren het dan ook deze soefi-ordes die de machtswissel overleefden, want de Serven, Slovenen en Kroaten – allen christenen – konden niet snel genoeg een einde stellen aan de islamdominantie. De christenen hadden onder die dominantie dan misschien
wel niet zo sterk te lijden gehad zoals Andrić beweerde, maar in hun poging om de
Ottomanen te overtreffen in Ottomaan-zijn, hebben de Bosnische moslims ongetwijfeld kwaad bloed gezet bij heel wat mensen. Al die opgekropte frustraties leidden tot bijzonder gewelddadige taferelen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vooral dan vanuit Kroatische hoek. Maar ook sommige moslims kozen voor de collaboratie. Daar enkelen van hen in Egypte hadden gestudeerd, sloten ze zich aan bij de gevreesde Handžar-divisie van de Waffen-SS.
Omdat de socialistische republiek van Tito het niet begrepen had op collaborateurs noch op religie, verdween de Bosnische islam voor een hele periode van het officiële toneel. Op de achtergrond en vooral dan op de universiteiten leefde het moslimgedachtengoed echter verder, vooral dan het panislamisme. Zo ontmoetten enkele panislamistische Bosnische moslims elkaar al op de universiteitsbanken en jong en avontuurlijk zoals ze waren, gingen ze in op de Iraanse uitnodiging om een “culturele reis” naar Teheran te maken. Dit gebeurde uiteraard in het grootste geheim en daarom liep de organisatie ook via de Iraanse ambassade in Wenen. De veertien Bosnische mannen die in 1983 op het vliegtuig stapten konden zich op dat
ogenblik totaal niet realiseren hoezeer die reis hun persoonlijke leven en de geschiedenis van hun land zou beïnvloeden. Ook Wenen zou tijdens de oorlogsjaren een cruciale rol gaan spelen in de bewapeningscarrousel van de Bosnische moslims. Waar de veertien jonge mannen bij hun terugkeer in Sarajevo nog als onbekende onruststokers de gevangenis ingingen als staatsgevaarlijke individuen, kwamen zij buiten als een hechte groep martelaren voor de heilige zaak.

Izetbegović en zijn vrienden waren niet de enigen die eind jaren ’80 voor de heilige zaak streden. Vele duizenden kilometers verder, in Afghanistan, vochten jonge mannen, eveneens geïnspireerd door de Iraanse Revolutie, een bloedige strijd uit met de Sovjetunie.
Met Pakistan als logistieke basis en met hulp van de geheime Amerikaanse wapenleveringen zou de strijd jarenlang duren. De Afghaanse oorlog werd een vrijhaven voor strijders van over de hele wereld. De Saoedische overheid zag dan ook met jaloezie in de ogen hoe het sji’itische Iran de leiding nam in het panislamistische discours en besloot haar duit in het zakje te doen. Via rechtstreekse staatssteun maar ook via vzw’s kregen de Afghaanse moedjahedien alles wat ze nodig hadden. Zelfs hun nieuwe leider werd een wahhabigetrouwe, namelijk sjeik Abdullah Azzam. Alhoewel hij een Palestijn was, gaf hij les in Saoedi-Arabië. Door zijn achtergrond bij de PLO en zijn grote aanhang onder de Saoedische studenten was hij de geknipte man om op charismatische wijze de Vader van de Jihad te worden. Noch de Amerikanen noch de Saoedis hadden op dat ogenblik door wie ze aan het steunen waren. Daar waar zij de moedjahedien in het begin nog zagen als een handig en gedwee instrument, zou hun creatie enkele jaren later zich tegen hen keren. De Bosnische oorlog was de katalysator van deze ommekeer.
Toen de laatste Sovjettroepen zich hadden teruggetrokken uit Afghanistan en daarmee openlijk toegaven dat een rebellenleger een wereldmacht had verslagen, kon de vreugde niet op in het moedjahedienkamp. Sjeik Azzam en zijn luitenant, Osama bin Laden, waren de helden van de dag. Hoe het precies gegaan is, zal wel nooit bekend geraken, maar net die overwinning leidde tot wrevel bij de emirs. Want hoe moest het nu verder? Stopte de strijd daar of was het nog maar een begin? Ook rees de vraag wat er moest gebeuren met al deze strijders die hun leven hadden gewaagd voor de heilige zaak. Er moest iets gevonden worden
om hen bezig te houden, want naar huis konden de meesten niet meer. Daar wachtte hen een gevangenisstraf of zelfs executie. De Bosnische oorlog kwam dan ook als een godsgeschenk.
Letterlijk weken na de val van Kaboel richtte de Servische agressie zich ook tot BosniëHerzegovina. Toevallig waren net toen enkele leidinggevende figuren van de Afghaanse moedjahedien op wereldreis, op zoek naar een nieuw conflictgebied. Toen ze het lijden van de Bosnische moslims zagen, moesten ze niet lang meer twijfelen. De situatie leek op het eerste zicht zelfs wat op Afghanistan: een onderdrukte moslimminderheid die het moest opnemen tegen een veel sterkere christelijk-orthodoxe meerderheid. De Afghaanse emirs vonden overal ter wereld een gewillig oor voor hun extremistische discours en nu ze zich opwierpen als de redders en beschermers van de Bosnische moslims, werden de bankrekeningen stevig.

Lees verder op:

Importislam = exportterrorisme? Een onderzoek naar de buitenlandse islamitische invloed in Bosnië-Herzegovina tijdens en na de Balkanoorlog (1992-2006) | Scriptieprijs (scriptiebank.be)

(1).

Islam(isierung) in Bosnien?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s